Architectuur
Architectuur is voor mij een belangrijk middel om de verhalen áchter de gevels te vertellen: over de personen die daar leven of leefden, over de politieke en economische situatie waarin de gebouwen zijn gebouwd of over de groei van de stad. Ik richt me niet zozeer op alle technische details van de architectuur, maar vooral op de sociale kant ervan. Zoals: hoe is het zover gekomen dat in Spanje 65% van de mensen in een flat woont, het hoogste percentage van de gehele Europese Unie?
De Spaanse architectuur is in de twintigste eeuw een aantal keer radicaal veranderd. In de eerste decennia tot aan de burgeroorlog volgde het de internationale beweging, waarin het modernisme van Gaudí en zijn volgers in vooral Catalonië en Valencia dominant was. Na de oorlog (1936-1939) kreeg Spanje te maken met het regime van Franco, die er duidelijke en heel andere ideeën over architectuur op nahield. In de tweede helft van de dictatuur opende het land zich meer en meer naar de buitenwereld – ook architectonisch.
In Valencia zijn al deze bewegingen en architectuurstijlen aanwezig en ook nog eens op steenworp afstand van elkaar: een ideale stad dus om kennis te maken met de twintigste-eeuwse Spaanse architectuur. Als je ‘het andere Valencia’ wilt zien, dat buiten het historische centrum ligt, dan ben je bij mij aan het goede adres met de tours over modernistische architectuur (1900-1936) en over ‘dictatoriale’ architectuur (1939-1975).
Een wandeling door het Valencia van de modernisten (1900-1936)
Net zoals vele andere Europese steden, barstte Valencia rond 1900 uit haar voegen. Letterlijk, want de Middeleeuwse stadsmuur werd gesloopt om plek te maken voor de tienduizenden mensen die naar de stad verhuisden om te werken. Zo kwam er ruimte voor nieuwe wijken en deze ensanches werden vormgegeven door architecten, kunstenaars en stedenbouwkundigen. En aan geld was geen gebrek: de nieuw ontstane elite liet kosten noch moeite gespaard om te laten zien hoe welvarend zij was.
Tussen 1900 en 1936 – het begin van de Spaanse burgeroorlog – zijn in Valencia de meest spectaculaire gebouwen ontworpen. Niet alleen woonhuizen voor de elite en de lagere klassen, maar ook publieke gebouwen zoals markthallen, het postkantoor, het stadhuis en stations. Voor de Regionale Expositie is in 1909 zelfs een compleet wijkje gebouwd, waar nog steeds een aantal mooie gebouwen van overeind staan.
Terwijl in andere landen de stijlbreuk met het verleden soms radicaal doorgevoerd werd, lijkt dat in Valencia anders. Hier bestaan gebouwen in traditionele neostijlen – soms letterlijk – naast gebouwen met een geheel nieuwe vormentaal. De moderniteit werd omarmd, maar niet volledig en niet door iedereen.
Waarom is dat? Komt het door de Spaanse katholieke traditie met een grote voorkeur voor barok? Door de conservatieve opvattingen van de elite? Ik leg het je uit in deze tour door modernistisch Valencia.
De prijs van de wandeling door het modernistische Valencia is €25 voor twee uur en €35 voor drie uur (minimum twee personen).
Fietstour door Cabañal, de oude haven en ‘la huerta’
Het Valenciaanse modernisme vind je niet alleen in de stad, maar ook daarbuiten. In de dorpen rondom de stad was deze architectuurstijl namelijk ook heel populair. Niet alleen onder de elite, maar ook onder de arbeidersklasse, die de stijl aanpaste aan zijn eigen behoeften, smaak en koopkracht. De mechanisering van bijvoorbeeld de tegelindustrie hielp daarbij: de huizen van Cabañal vallen op door hun gevels die geheel met tegels bekleed zijn.
In deze zelfde periode groeide de haven van Valencia, die vlakbij Cabañal lag, enorm. De export van sinaasappels zorgde ervoor dat er veel werkgelegenheid was, maar ook behoefte aan nieuwe gebouwen voor opslag, douane, scheepswerven en stations. Niet toevallig werden deze allemaal gebouwd in de stijl die op dat moment in de mode was: het modernisme.
Ten slotte gaat deze tour ook een stuk door de ‘huerta valenciana’, ofwel het platteland ten noorden van de stad. Ook hier vinden we een paar geweldige voorbeelden van het modernisme, zoals bijvoorbeeld in het dorpje Meliana. Maar het meest tot de verbeelding sprekende gebouw is de oude fabriek van Mosaico Nolla. Deze fabrikant produceerde de mozaïektegels voor gebouwen in de wijde omgeving en was heel populair. In de ‘huerta’ vinden we ook het verhaal van het bekende lokale drankje horchata.
Deze tour is een fietstour en begint op het beste fietspad van de regio Valencia, waarover we naar het platteland ten noorden van de stad gaan. Na de tegelfabriek gaan we via het strand naar Cabañal en eindigen we in de oude haven. Omdat het ‘Palauet de Nolla’ alleen open is op zaterdag- en zondagochtend, kan deze tour alleen gedaan worden in de weekends.
De prijs van deze fietstour van 3,5 uur is €50, inclusief een frisse horchata met fartón, maar exclusief fietshuur (minimum twee personen).
Modernisme in de regio: Novelda y Alcoy
De modernistische beweging liet zich niet alleen gelden in de stad, maar ook in de dorpen in de regio Valencia. Omdat de stijl in de mode was, wilden alle rijke industriëlen en handelaren in de dorpen ook hun nieuwe huizen en fabrieken op die manier laten bouwen. Twee uitzonderlijke voorbeelden zijn de dorpen Novelda en Alcoy, respectievelijk in een vallei en in de bergen ten zuiden van Valencia.
De twee dorpen beleefden hun industriële en commerciële groei rondom het jaar 1900, dat een enorme groei van de dorpen zelf met zich meebracht. Er werden nieuwe huizen gebouwd, en nieuwe fabrieken, maar ook nieuwe publieke gebouwen zoals brandweerkazernes, slachthuizen en bruggen. Vlakbij Novelda liet de textielingenieur José Sala zelfs een prachtige kapel bouwen: het Santuario de Santa María Magdalena.
In deze tour bezoeken we beide dorpen en het sanctuarium in één dag. Afhankelijk van de beschikbaarheid kunnen we ook de Kolonie van Santa Eulalia bezoeken, een vergane industriële kolonie met zijn eigen kerk, theater en arbeidershuizen.
De prijs van deze architectuurtour in de regio Valencia is €75 per persoon, exclusief transportkosten (mínimum twee personen).
Zin om mee te gaan?
Architectuur onder Franco (1939-1975): een wandeling door het Valencia ten noorden van de Turia
Bij moderne architectuur in Valencia denkt vermoedelijk iedereen aan de Ciudad de las Artes y las Ciencias van Calatrava. Dit enorme complex zette de stad op de kaart in de jaren negentig. Maar wat velen niet weten is dat er in de decennia daarvoor al veel spectaculaire hedendaagse architectuur in de stad verrezen is. Tussen 1950 en 1990 groeide Valencia van 500 naar 750 duizend inwoners, met een gigantische stadsuitbreiding tot gevolg.
Na de verwoestende Spaanse burgeroorlog (1936-1939) beleefde Valencia vanaf de jaren vijftig een nieuwe bloeiperiode. Een nieuwe architectuurstijl veroverde de stad – in navolging van vele andere steden. Beton, glas en staal waren de nieuwe bouwmaterialen en de vormen waren strak. Het tegendeel van de decoratieve en veelvormige architectuur van voor de oorlog. Maar dat betekent niet dat er geen bijzondere kunstwerken te vinden zijn, zoals mozaïeken en sculpturen.
Tijdens deze wandeling gaan we voor de verandering niet langs Calatrava’s gebouwen, maar gaan we op een ontdekkingstocht door de wijken ten noordoosten van het centrum. We komen langs de Universiteitswijk met zijn mooie faculteitsgebouwen, verschillende moderne kerken en natuurlijk flats: de dominante bouwvorm in Spanje onder het bewind van Franco. We eindigen in Benimaclet, een voormalig dorp dat in die periode door de stad is opgeslokt en goed laat zien hoe het platteland opgeofferd werd aan de stad.
Zin om mee te gaan?
